
Het CBS publiceerde dit jaar een cijfer dat de meeste directies nog niet hebben gezien. Bij bedrijven met 10 tot 49 werkzame personen gebruikt 27% AI. Bij bedrijven met 250 of meer werkzame personen is dat 66,2%. Zelfde land, zelfde jaar, zelfde economie. Het verschil zit niet in kapitaal of intentie. Het zit in structuur.
De klim is sneller dan het gemiddelde laat zien
Kijk je alleen naar het momentopname-cijfer, dan lijkt de kloof een gegeven. Kijk je naar de klim, dan zie je iets anders. Bij bedrijven met 10 of meer werkzame personen steeg AI-gebruik van 14,0% in 2023 naar 22,7% in 2024 naar 33% in 2025 (CBS, 2025). Dat is geen lineaire groei, dat is een versnelling die elk jaar breder wordt. Wie nu nog wacht op een rustiger moment, wacht op een kloof die zich in zijn nadeel sluit, niet opent.
Grote bedrijven groeiden in diezelfde periode ook, maar vanaf een hoger startpunt en met een langzamer tempo procentueel. Dat is precies waarom kleinere bedrijven nu het venster hebben. Niet omdat AI voor hen makkelijker is. Omdat de vertraging die groot maakt, bij hen ontbreekt.
Wat een groot bedrijf structureel niet kan
Een organisatie van 250-plus werkzame personen heeft een IT-governance laag, een inkoopproces, een juridische toets en een change-board. Meestal komt daar een pilot-cyclus van een kwartaal bovenop, voordat een team een taalmodel mag aanraken op productiedata. Dat is geen luiheid. Dat is de prijs van schaal: elke fout repliceert zich over honderden processen, dus elke stap wordt vertraagd om die fout te voorkomen.
Een bedrijf van 10 tot 49 werkzame personen heeft die laag niet. De DGA of COO die beslist, is dezelfde persoon die het resultaat ziet binnenkomen. Er zit geen commissie tussen het inzicht en de actie. Dat is het structurele voordeel, en het is het enige voordeel dat telt: niet budget, niet talent, maar de afstand tussen besluit en uitvoering.
Dat voordeel is tijdelijk. Zodra grote spelers hun governance hebben ingehaald, met dezelfde 66,2% als vloer in plaats van plafond, verdwijnt het verschil in snelheid en blijft alleen het verschil in schaal over. Wie dan nog moet beginnen, start in een categorie die de concurrent al heeft gedefinieerd.
Er is nog een tweede structureel verschil, minder zichtbaar maar net zo groot. In een groot bedrijf zit kennis over een proces verspreid over meerdere afdelingen, die elk hun eigen deel documenteren of juist niet. In een bedrijf van 10 tot 49 werkzame personen zit die kennis vaak bij twee of drie mensen, soms bij één. Dat klinkt als kwetsbaarheid, en dat is het ook. Maar het betekent ook dat je een proces in dagen kunt vastleggen en testen, niet in kwartalen. De afstand tussen “we weten hoe dit werkt” en “een systeem doet dit nu structureel” is bij jou een sprint. Bij een corporate is het een programma met een eigen stuurgroep.
Adoptie is geen resultaat
Hier moet ik eerlijk zijn, ook al is het minder comfortabel dan het klinkt. Het CBS meet gebruik: heeft een bedrijf AI ingezet, ja of nee. Dat cijfer bestaat, met bron en jaar, en het is een van de weinige harde datapunten die we hebben over dit onderwerp in Nederland. Wat niet bestaat, is een officiële statistiek over hoeveel van die bedrijven daar meetbaar resultaat uit halen. Dat gat vul ik niet met een schattting die overtuigend klinkt maar nergens op rust.
Wat ik wel zie, in gesprekken met MKB-directies, is een patroon: bedrijven vieren de adoptie zelf. Een chatbot live, een team dat met een taalmodel werkt, een pilot die “goed voelt”. Dat is een startpunt, geen uitkomst. De vraag die zelden gesteld wordt, is of die inzet ergens in de cijfers van het bedrijf terugkomt. Minder doorlooptijd, hogere marge, minder overdracht bij personeelswissel. Zonder die koppeling is adoptie een activiteit, geen voordeel.
Dat onderscheid is precies waar de multiplier-these om draait. AI is geen resultaat op zichzelf. Het is een vermenigvuldiger van wat er al staat: een proces, een besluitstructuur, een manier van samenwerken. Vermenigvuldig een zwak proces en je krijgt sneller een zwak resultaat. Vermenigvuldig een proces dat klopt, en het effect componeert. De 33% van het CBS zegt dat een derde van de bedrijven is begonnen te vermenigvuldigen. Het zegt niets over wat ze vermenigvuldigen.
Wat dit voor jouw bedrijf betekent
Als je onder de 250 werkzame personen zit, zit je in de groep waar de klim het steilst is en de governance-vertraging het kleinst. Dat is je venster. Het sluit niet omdat je concurrent groter is, het sluit omdat je concurrent net zo klein is en sneller besluit dan jij.
De vraag is niet meer of je begint. 33% deed dat al in 2025, tegenover 22,7% een jaar eerder. De vraag is of je vermenigvuldigt wat werkt, of dat je een adoptiecijfer najaagt dat er op een dashboard goed uitziet maar nergens in de winst-en-verliesrekening terugkomt. Dat verschil zie je alleen als je vooraf vastlegt wat je meet, niet nadat het project al draait.
Ik bouw dat vaste punt het liefst samen met je op, voordat er een euro naar implementatie gaat. Een korte diagnose van welk proces bij jou al klopt en dus geschikt is om te vermenigvuldigen. En welk proces eerst recht moet, voordat AI het alleen maar sneller scheef trekt. Dat is geen vrijblijvend kennismakingsgesprek. Het is een concreet vertrekpunt, op papier, waarmee je zelf verder kunt, met of zonder mij. Ik wil dat gesprek plannen.
Verder lezen
Hoe die vermenigvuldiging eruitziet zodra je er niet alleen voor staat, beschrijf ik in waarom samenwerken. Welk deel je zelf houdt, welk deel je uitbesteedt, en waarom die knip het verschil maakt tussen een project en een systeem.
De bredere vraag, wat er gebeurt als deze kloof zich over een hele sector of regio voltrekt, niet alleen bij één bedrijf, werk ik uit in de maatschappelijke visie. Daar gaat het niet over jouw voordeel alleen, maar over wat een multiplier-wereld betekent als de kloof niet gesloten wordt.
Terug naar de thuisbasis voor het volledige overzicht van hoe ik dit aanpak, van diagnose tot uitvoering.